Liften naar de hemel: Opdracht

Opdracht | Verwerkingsideeën

Niet één opdracht, maar diverse ideeën om je ervaring met dit boek te verwerken en te verdiepen.

Titel Liften naar de hemel
Niveau boek niveau 2
Opdracht Verwerkingsideeën
Gemaakt door Pieter Waalewijn


Verwerkingsideeën

Hieronder vind je een aantal suggesties om aan de slag te gaan met Liften naar de hemel en je leeservaring verder uit te diepen. Wij hebben onze ideeën gegroepeerd en voorzien van een suggestie om ze te behandelen. Het is niet onze bedoeling dat je alle ideeën uitvoert en alle vragen maakt. Overleg met je  docent welke vorm van verwerking het beste past. Bespreek ook of die verwerking eventueel moet worden vastgelegd (met video/audio of schriftelijk) en aan welke eisen zo’n verslag dan moet voldoen. 

 

1. Personages (groepsgesprek)

  • In hoeverre is Quintin een ‘held’ of een ‘schurk’?
  • Welke invloed hebben de verschillende relaties en ontmoetingen op Quintin: zijn ouders, zijn (overleden) opa, oma/beppe, Dennis, de stewardess Melanie en de indiaan Kapapa?
  • Wat voor trauma en geheimen draagt Quintin precies met zich mee? Kun je die ook vergelijken met die van Mike? Hoe vind je dat Quintin ermee omgaat?
  • Hoe zit het met Quintins geaardheid? Hoe wordt in deze roman over homoseksualiteit gedacht?
  • Sommige critici vinden dat o.a. vrouwen en homo’s in dit boek zonder enige nuancering worden neergezet. Zie jij dat ook zo? 
  • In hoeverre is de strenge heropvoeding in Canada een juiste aanpak om het leven van Quintin weer op de rails te krijgen?
  • Welke rol speelt het gekozen perspectief in dit boek in het beeld dat de lezer van Quintin krijgt?
  • Is de portrettering van bijv. meneer Decker en boer Fletcher eerlijk en realistisch, of eerder karikaturaal?

 
2. Hoofdpersoon (betoog of beschouwing, schriftelijk of mondeling)

  • In hoeverre is Quintin een ‘held’ of een ‘schurk’?
  • Door welke factoren wordt Quintin gevormd?
  • Het boek is er niet heel uitvoerig over: wat Quintin ooit op een parkeerterrein is overkomen, en zijn verblijf in een psychiatrische jeugdinstelling. Welke rol spelen deze elementen uit Quintins verleden in zijn latere leven?
  • ‘Je bent toch geen mietje?’ (p. 124-125) Quintin weet niet hoe hij op deze opmerking moet reageren. Hoe komt dat?
  • Hoe denkt Quintin over homoseksualiteit? Zit daar een ontwikkeling in?
  • In hoeverre is een strenge heropvoeding een goede keuze om het leven van Quintin (en ontspoorde jongeren in het algemeen) weer op de rails te krijgen?
  • Dit boek is, volgens de schrijver, voor 99% autobiografisch. Als je dat weet, wordt het boek dan daardoor beter voor jou, indrukwekkender, échter? Of voegt het voor jou niks toe?


3. Thematiek: geloof (podcast, met twee of drie personen)

  • Quintin moet met meneer Decker de Bijbel lezen van A tot Z. Bij boer Fletcher moet hij elke dag beginnen met het opzeggen van een uit het hoofd geleerd stuk uit de Heidelbergse Catechismus. Dat klinkt misschien gekker dan het is: in orthodoxe christelijke kringen wordt dit nog steeds gedaan, thuis en op catechisatie. Ken jij deze praktijk? Wat vind je ervan? En weet jij globaal wat zo’n catechismus inhoudt?
  • De Heidelbergse Catechismus opent met de vraag: ‘Wat is uw enige troost, beide (= zowel … als …) in het leven en sterven?’ Op p. 134 vind je het begin van het officiële christelijke antwoord op die vraag (en dit is het volledige antwoord).
    Hoe kijk jij naar zo’n geloofswaarheid? Zou jij zelf in staat zijn om een antwoord te geven op diezelfde vraag (in modernere woorden): ‘Wat is jouw houvast, nu en voor altijd?’
  • Op p. 55 begint Quintin in de Bijbel te lezen samen met meneer Decker. ‘Ik hoorde mijzelf hardop voorlezen, maar was niet meer aanwezig in de keuken. Een deel van mij had de ruimte verlaten, zoals ik mijzelf had aangeleerd op momenten van pijn, verdriet en angst.’ Heb je weleens van dit verschijnsel (‘dissociatie’) gehoord?
  • De dominee zegt tegen Quintin dat de moeilijke dingen die hij in het  leven heeft meegemaakt betekenen dat God hem heeft ‘getest, waarschijnlijk omdat je een van Zijn sterkste kinderen bent’. Wat vind jij van zo’n duiding van de tegenslagen in een mensenleven?
  • Raakt Quintin zijn geloof kwijt door alles wat hij meemaakt en het slechte voorbeeld dat meneer Decker en boer Fletcher geven?
  • In hoeverre is de romantitel Liften naar de hemel een verwijzing naar het geloof?


4. Techniek/vorm (groepsgesprek)

  • De hele roman telt 306 bladzijden. De periode na Canada wordt  verhoudingsgewijs erg snel afgehandeld: vanaf p. 293. Of moeten we zeggen: afgeraffeld?
  • Is het slot van het verhaal volgens jou een happy end?
  • De clou van de grap die Quitin in hoofdstuk 24 (p. 240-244) uithaalt, wordt lang uitgesteld: tot de slotzin op p. 306. (Op p. 292 word je er nog heel even aan herinnerd.) Wat vind je: heeft de schrijver dit goed gedaan?
  • Dit boek is, volgens de schrijver, voor 99% autobiografisch. Als je dat weet, wordt het boek dan daardoor beter voor jou, indrukwekkender, échter? Of voegt het voor jou niks toe?
  • ‘Ik had dit fraaie verhaal graag door een betere hand geschreven zien worden.’ (Een lezersreactie) Oftewel: het verhaal mag dan pakkend zijn, stilistisch en literair is dit geen geweldig boek. Je struikelt over de onbeholpen formuleringen en clichés. Zomaar een paar voorbeelden: hij grijnsde van oor tot oor; ze had een grote glimlach op mijn gezicht getoverd (meer dan eens); de rilling die ik voelde was niet van de kou; mijn zwijgzame handelen maakte Fletcher nog bozer, en hij rammelde mij aan mijn schouders hard door elkaar. Heb jij zelf misschien ook voorbeelden? Is dit nou erg, of jammer, of maakt het voor jou niks uit?
  • Een ander punt van kritiek: de karaktertekening. Nogal wat personages rond Quintin worden karikaturaal neergezet: van Melanie met haar pantybenen tot de driejarige Ruth, van meneer Decker met zijn dode ogen tot de immer bezwete boer Fletcher. Hoe zwaar laat jij deze kritiek wegen?  


5. Spiegelverhaal of gedicht (creatief schrijven)

  • ‘Het leven is een aaneenschakeling van ontmoeten en afscheid nemen.’ Vanaf de eerste bladzij ontmoet Quintin op zijn reis onbekende mensen: stewardess Melanie, Dennis, de cowboy. En later de indiaan Kapapa. In veel gevallen doet hij bij hen nieuwe inzichten op, of zij geven hem zelfs levenswijsheden mee. Neem een van de ontmoetingen in dit boek als uitgangspunt voor de volgende opdracht.
    Beschrijf een herinnering aan een bijzondere ontmoeting in jouw eigen leven. Je mag die herinnering zo veel aanpassen als je zelf wilt. Denk na over hoe je de literaire begrippen tijd, ruimte en beschrijving van personages inzet, maar ook over het gebruik van stijlmiddelen: beeldspraak, dialoog/monoloog, humor (ironie, overdrijving), de afwisseling van korte en lange zinnen.
    Geef bij jouw verhaal duidelijk aan op welke ontmoeting van Quintin (met paginanummers) het geïnspireerd is. Zet er een korte toelichting op het verband tussen beide ontmoetingen bij.
  • Kies een scène uit de roman, herlees het betreffende hoofdstuk aandachtig en verplaats je in het personage. Noteer gedachten, woorden, beelden. Verwerk die notities als je begint te werken aan een gedicht vanuit de gekozen situatie, een poëtische tekst die dat personage op het lijf geschreven is. Let bij het afwerken van je gedicht op klank en ritme, gebruik van beeldspraak, strofenindeling. Geef duidelijk aan op welke scène (met paginanummers) je gedicht geïnspireerd is.