Zien wat van gisteren overbleef: Opdracht
Opdracht niveau 4 | Metafictie
| Titel | Zien wat van gisteren overbleef |
|---|---|
| Niveau boek | niveau 3 |
| Opdracht | niveau 4 | Metafictie |
| Studielast | 2 uur |
| Werkvorm | Individueel |
| Focus | De wording van een boek in een boek |
| Je leert | nadenken over de manier waarop een schrijver zijn eigen arbeid thematiseert. |
| Gemaakt door | Jan Erik Grezel |
| Bron | Bron 1 |
| Bron 2 | |
| Bron 3 | |
| Bron 4 |
Heel wat schrijvers kiezen hun eigen ambacht als thema of op z’n minst als element in hun werk. Koos Meinderts doet dat in Zien wat van gisteren overbleef in sterke mate.
A
- Het zal je opgevallen zijn dat schrijver Jaap Kegge erg vaak over zijn ‘roman-in-wording’ vertelt. Wat is de aanzet geweest om dat boek te schrijven?
- Welk doel heeft Jaap Kegge voor ogen met het schrijven van zijn boek?
- Hoe verloopt het schrijfproces in grote lijnen?
- Wat zijn de belangrijkste obstakels?
- Als het boek bijna klaar is, bedenkt Jaap een recensie. Wat is de kern van die beoordeling?
- Jaap overweegt op zeker moment om het boek (ooit) onder pseudoniem uit te geven. Waarom?
B
Lees bron 1.
- In het fragment op blz. 71-72 komt voor het eerst (en niet voor het laatst) de titel van het boek van Jaap voor. Dat is dezelfde titel als deze roman van Koos Meinderts. Wat voor effect heeft deze wending op jou als lezer?
- De titel van het boek dat je in handen hebt, mag dan in het verhaal voorkomen, het blijft fictie: er staat ‘roman’ op het omslag. Maar er zijn wel erg veel overeenkomsten tussen Koos Meinderts en zijn hoofdpersoon Jaap Kegge (zie bron 1). Hoe scheid je al lezend Koos Meinderts en Jaap Kegge? Of lukt dat nauwelijks?
- Het heeft er alle schijn van dat auteur Koos Meinderts zich nadrukkelijk achter zijn alter ego heeft willen verschuilen. Welke reden(en) kan hij daarvoor gehad hebben?
C
Lees bron 2, 3 en 4.
- Heeft Zien wat van gisteren overbleef kenmerken van metafictie of is het vooral autofictie? Of beide?
- Wat vind jij ervan als je zo direct getuige lijkt te zijn van de wording van het boek dat je aan het lezen bent?
- Bron 4 is uiterst kritisch op het fenomeen ‘autofictie’. In hoeverre ben je het met de auteur van dit artikel (on)eens?
D
Stel je voor dat je aanwezig bent bij een openbare presentatie van dit boek. Welke twee of drie vragen zou je Koos Meinderts willen stellen over het ‘metafictieve’ of ‘autofictieve’ karakter van Zien wat van gisteren overbleef?


