De zwarte met het witte hart: Opdracht

Opdracht niveau 4 | Personages

Titel De zwarte met het witte hart
Niveau boek niveau 4
Opdracht niveau 4 | Personages
Studielast 1 à 2 uur
Werkvorm individueel
Focus personages
Je leert nadenken over (beeldspraak en) motieven van personages.
Gemaakt door Jannet Oosterhuis
Bron 1 scientias.nl | Caroline Kraaijvanger, 'Weer beïnvloedt hoe lang en met wie u belt', 11 oktober 2012
Bron 2 'Natureingang', in: Joke van Balen e.a., Basisboek literatuur. Groningen, Uitgeverij kleine Uil, 2009, p. 110

A


Vraag 1


In wat voor stemming ben jij vandaag? Hoe komt het dat je in deze (of een andere) stemming bent? Maak eens een lijstje van minstens vier factoren die invloed hebben op jouw stemming.


Vraag 2


Staat in dat lijstje misschien ook 'het weer'? Dat blijkt een van veel factoren te zijn die invloed uitoefenen op hoe je je voelt en trouwens ook op bijvoorbeeld ons belgedrag. Lees daarover bron 1.


B



Vraag 1


Het weer is nauw verbonden met de natuur. Hoe de natuur eruitziet, kan ook onze stemming beïnvloeden. Al eeuwen lang maken auteurs (en regisseurs) gebruik van dit gegeven. Volgens het Basisboek literatuur is een Natureingang een natuurbeeld of -beschrijving die je kunt koppelen aan de stemming, de innerlijke beleving van een personage (zie bron 2). 
Ook in De zwarte met het witte hart kun je hiervan voorbeelden vinden. Een ervan staat op blz. 239. Daar  lees je in een brief van Kwame aan Kwasi:
'De rots ligt onveranderlijk in de rivier. Onder het zachte mos of het geweld van de stortregens blijft hij altijd dezelfde. Het bamboe groeit er pal naast. Hoog wordt het. Beide krijgen hetzelfde te verduren. De een overleeft omdat hij solide is en onverzettelijk, de ander omdat hij hol is en meegeeft.'
Nu je weet wat een Natureingang is, weet je dat deze beschrijving niet alleen iets zegt over een rots en bamboe.
Wie vergelijkt Kwame met de rots en wie met het bamboe?


Vraag 2


Zoek voor je beide antwoorden bij B1 een citaat of gebeurtenis uit de roman waarmee je je antwoord ondersteunt.


Vraag 3


a. Kun je bedenken waarom Kwame zijn boodschap op deze manier aan zijn neef overbrengt?
b. Vind je dit passen bij dit personage/de roman of was het beter geweest als Kwame directer was geweest in zijn brief?


Vraag 4


Wat is jouw inschatting: zou Kwasi de boodschap niet kúnnen begrijpen of niet wíllen begrijpen? Geef voor beide opties een mogelijke verklaring. Welke van deze verklaring vind jij het aannemelijkst? Geef voor je standpunt twee argumenten.


Vraag 5


Na het citaat van blz. 239 lees je dat Kwasi niet weet wat hij hiermee aan moet. Leg aan Kwasi uit wat Kwame bedoelt met dit brieffragment en leg ook uit waarom hij niet gewoon zegt wat hij bedoelt, maar zich zo omslachtig uitdrukt. Doe dit in een brief aan Kwasi en gebruik daarvoor 350-400 woorden.