Ridders

Werkstukken en spreekbeurten

Ben jij dol op ridderverhalen? Ridders waren stoere soldaten, die niet terugdeinsden voor een potje vechten. Maar ze moesten zich ook ridderlijk kunnen gedragen. Kom meer te weten over de gedragscode voor ridders.

Van adel

In de middeleeuwen waren de ridders altijd mannen van adel. Dat kwam doordat je rijk genoeg moest zijn om zelf je uitrusting te kunnen betalen en doorgaans beschikten alleen de edelen over genoeg geld. In de vroege middeleeuwen waren ridders vooral mannen van lage adel. Later in de middeleeuwen werd het ook voor hogere adel gebruikelijk om ridder te worden. Maar voor niet-adellijken bleef het bijna onmogelijk om ridder te worden. Ridders bezaten aanvankelijk geen land. Het waren vaak jongere zonen die geen land zouden erven. Gaan vechten voor een rijke heer was vaak hun enige middel om een bestaan op te bouwen. Door hun heer goed te dienen, hoopten ze later beloond te worden met land en een woonhuis (kasteel).

Uitrusting

De uitrusting van een ridder bestond uit een paard, een schild, een zwaard, een helm en een maliënkolder. In de late middeleeuwen kwam daar een harnas bij, omdat een maliënkolder niet voldoende beschermde tegen steekwapens. Eerst werd gebruikgemaakt van losse beschermende platen. In de vijftiende eeuw was het uitgegroeid tot een compleet harnas van stalen platen. Een ridder moest zelf zorgen voor zijn uitrusting. Dit was een zeer kostbare aangelegenheid en het was dan ook heel gebruikelijk om na een veldslag de uitrusting van je overwonnen tegenstander te stelen als oorlogsbuit.

Goed gedrag

Ridders moesten zich houden aan een gedragscode; ze moesten zich ridderlijk gedragen. Hierbij hoorden normen en waarden op het gebied van trouw, kracht en moed, eer, vrijgevigheid en eerlijkheid. Daarbij hoorde ook dat ze de zwakkeren en ouderen in de samenleving beschermden. In de vele ridderverhalen die er zijn, zoals de verhalen over koning Arthur, kun je deze normen en waarden herkennen.