Geld

Werkstukken en spreekbeurten

Jij krijgt vast iedere week of iedere maand zakgeld. Wat doe je daar mee? Stop je het in een spaarpot of breng je het naar de bank?

Munten

Vroeger was er nog geen geld. Toen deden mensen aan ruilhandel om aan spullen te komen. Dan ruilden ze bijvoorbeeld een brood voor een vis. Ruilhandel bleek in de praktijk toch niet zo handig. Mensen gingen daarom op zoek naar iets wat je wel makkelijk kon ruilen. Zilver en goud bleken een goed betaalmiddel. Dit werd dan gewogen. Maar ook dit bleek niet ideaal want het wegen nam erg veel tijd in beslag. Uiteindelijk werden munten waar een getal op kwam te staan ontworpen. Dit leek de ideale oplossing, want zo wist iedereen hoeveel een bepaalde munt waard was.

Plastic geld

We betalen nu nog steeds met munten. Maar papiergeld is ook een veelgebruikt betaalmiddel. Daarnaast betalen tegenwoordig heel veel mensen met plastic geld: een bankpasje. Deze betaalvorm vindt digitaal plaats, waardoor de kans op diefstal minder groot is dan met papier- of muntgeld. Met je bankpas kan je ook geld opnemen. Bij een pinautomaat voer je je pincode in en dan komt het gewenste bedrag uit de automaat. Dat bedrag wordt dan van je rekening afgehaald. Handig hè?

Eigen munteenheid

Landen hadden vroeger hun eigen munteenheid. In Duitsland werd betaald met de Duitse mark, in Italië met de lira en in Nederland met de gulden. Als je op vakantie ging moest je de gulden ruilen voor de munteenheid van het land waar je dan was. Sinds 2002 wordt in alle Europese landen met de euro betaald.