Cacao

Werkstukken en spreekbeurten

Het belangrijkste ingrediënt van chocoladerepen, hagelslag en bonbons is cacao. Cacao komt van de cacaoboon. Hoe wordt zo'n boon verwerkt tot chocolade?

Cacaobomen

Cacao, de grondstof van chocolade, komt van de cacaoboom. Deze boom groeit maar op weinig plekken ter wereld. Alleen in landen vlak boven en vlak onder de evenaar, waar de temperatuur het hele jaar hoog en de lucht vochtig is. Bijvoorbeeld in Indonesië (Azië), Ivoorkust (Afrika) en Brazilië (Zuid-Amerika). De cacaoboom houdt van warmte, maar niet van felle zon. Daarom staat hij vaak in de schaduw van bijvoorbeeld bananenbomen. Een cacaoboom kan wel vijftig jaar oud worden.

Van boon tot chocolade

Twee keer per jaar worden de rugbybal-vormige vruchten van de cacaoboom geoogst. In deze vruchten zitten soms wel vijftig paarse bonen. De bonen met pulp worden een paar dagen onder bladeren gelegd. De temperatuur onder de bladeren loopt flink op, waardoor het vruchtvlees gaat rotten. Dit heet fermenteren. Dit proces zorgt voor de donkerbruine kleur van de boon en de cacaosmaak. De bonen gaan door een breker die de dop splijt, zodat alleen de kern overblijft. Die wordt geroosterd en fijngemalen. Het resultaat is cacaomassa, waarvan chocolade kan worden gemaakt. 

De Azteken

Cacao bestaat al eeuwen, maar in Europa leerde men de boon pas kennen toen de Spaanse ontdekkingsreiziger Hernán Cortés ergens in de zestiende eeuw in Zuid-Amerika arriveerde. Daar ontmoette hij de Azteken, een inheems volk dat cacao gebruikte als genotmiddel. Ook gebruikten ze het als betaalmiddel. Cortés nam bonen mee terug naar Spanje, waar cacaopoeder met water en suiker al snel een populair drankje werd.