Snoep

Werkstukken en spreekbeurten

Mag jij vaak snoep eten van je ouders? Of zijn ze streng en krijg je maar één snoepje per dag? Snoep is lekker, maar ook ongezond. Er zit veel suiker in snoep, waar je gaatjes in je gebit van kunt krijgen.

Geschiedenis

Heel vroeger, in de oertijd, was er natuurlijk nog geen snoep. Mensen zagen in die tijd zoet fruit als snoepgoed. Pas vanaf de zestiende eeuw werd van suiker voor het eerst snoep gemaakt. Het woord snoep werd pas later bedacht: eerst werd het lange tijd suikerwerk genoemd. Het bekende snoepmerk Haribo is pas veel later opgezet: in 1920. Hans Riegel zette dit bedrijf op, nadat hij een opleiding als snoepkoker had afgerond. Wist je dat hij degene is die de bekende gekleurde gummibeertjes heeft bedacht?

Niet voor iedereen

Wist jij dat niet iedereen snoep kan of mag eten? Er wordt namelijk in veel snoepgoed, zoals beertjes en drop, gelatine gestopt. Gelatine is een eiwit dat uit huid en botten van zoogdieren wordt gehaald. Daarom is veel snoep niet geschikt voor vegetariërs, veganisten en sommige religieuze mensen zoals joden en moslims.

Ongezond

Je hebt snoep niet nodig. Je kunt prima zonder snoep leven. Maar: toch eet haast iedereen het, omdat het zo lekker is. Als je te veel snoep eet, krijg je te veel suiker binnen. Suiker is energie voor je lichaam. Als je veel suiker binnenkrijgt, dan krijgt je lichaam door suiker te verbranden al genoeg energie. Je lichaam hoeft dan helemaal geen vet te verbranden. Het vet blijft dan gewoon in je lichaam zitten. Er gaat geen vet af, maar er komt wel elke dag een beetje vet bij. Daarom worden mensen vaak dik van te veel snoep. Van te veel suikers worden kinderen vaak ook heel druk.

Heel veel snoep

Nederland verkoopt niet alleen snoep in het land zelf, maar ook in het buitenland. In 2008 verkocht Nederland voor 1,3 miljard euro aan snoep aan het buitenland. Dat was toen maar liefst 400 miljoen kilo zoetigheid. Nederland verwerkt ook veel cacao. In de Amsterdamse haven komt per jaar 650 duizend ton cacao binnen. Een deel daarvan wordt in Nederland verwerkt tot bijvoorbeeld cacaopoeder en vervolgens doorverkocht aan andere landen.