Charles Darwin

Werkstukken en spreekbeurten

Charles Darwin was een natuurwetenschapper. Hij ontdekte dat soorten dieren zich aanpassen aan hun omgeving. Maar waarom geloofde niet iedereen dat?

Natuurwetenschapper

De Engelsman Charles Darwin leefde van 1809 tot 1882. Hij deed onderzoek naar de natuur. Hij maakte een lange reis met een schip, dat de Beagle heette. Onderweg verzamelde hij aan land planten, schelpen, vogeleieren en fossielen. Fossielen zijn versteende resten van dieren en planten. Ook bestudeerde hij veel dieren.

Schildpadden en vogelsnavels

Op de Galapagoseilanden (Zuid-Amerika) zag Darwin verschillende schildpadden. Bijna iedereen geloofde dat God alle soorten dieren geschapen had. Maar Darwin kon niet geloven dat God voor elk eiland een ander soort schildpad had geschapen. Dus moest de soort wel zelf veranderd zijn. Hij geloofde dat een soort zich aanpast aan zijn omgeving, zodat de soort daar beter kan overleven. Hij zag dit ook aan snavels van vinken. Op het ene eiland moest een vink insecten uit kleine spleetjes halen. Hij had een kleine gepunte snavel. Op een ander eiland at een vink zaden. Hij had een sterke snavel.

Het ontstaan van soorten

Darwin schreef boeken toen hij terug was van zijn reis. Zijn bekendste boek heet: Over het ontstaan van de soorten (On the origin of species). Darwin had aan fossielen gezien dat er dieren en planten waren uitgestorven. Ook schreef hij over soorten die veranderen. Dit veranderen noemde Darwin evolueren. Vooral godsdienstige mensen waren het niet eens met de evolutietheorie van Darwin. Maar nu vinden de meeste geleerden dat Darwin gelijk had en wordt hij gezien als een van de grootste wetenschappers aller tijden.