Gouden Eeuw

Werkstukken en spreekbeurten

De zeventiende eeuw noem je ook wel de Gouden Eeuw. Je denkt daarbij aan rijkdom. Maar was wel iedereen rijk in die tijd?

Rijk en arm

In de Gouden Eeuw had een kleine groep rijken, de regenten, alle macht in handen. De Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) voer naar Aziƫ om handel te drijven. Er werd veel geld verdiend en Nederland was het belangrijkste en rijkste land van de wereld. Mensen verdienden veel geld in de handel of in de scheepsbouw. De gegoede burgerij werd erg rijk. Dat waren bijvoorbeeld de kooplieden en fabrikanten. Een grote groep mensen, zoals ambachtslieden en schoolmeesters, verdiende echter maar net genoeg om van te leven. En een hele grote groep mensen, het gemeen, moest bedelen of stelen om in leven te blijven. Soms kregen ze eten of wat geld van het stadsbestuur.

Uitvinders en kunstenaars

In de Gouden Eeuw ging het goed met de wetenschap en de kunst. Christiaan Huygens bestudeerde het heelal en vond het slingeruurwerk uit. Antonie van Leeuwenhoek ontdekte heel kleine beestjes: bacteriĆ«n. Dit deed hij met de microscoop die hij zelf uitgevonden had. Rijke mensen lieten zichzelf portretteren. Zoals de leden van de schutterij, die Rembrandt heeft vereeuwigd in het schilderij De Nachtwacht. Frans Hals, Johannes Vermeer en Jan Steen zijn ook beroemde zeventiende-eeuwse schilders. Jacob Cats en Joost van den Vondel schreven gedichten en toneelstukken.